Zjef Vanuytsel
06-07-1945
Zjef Vanuytsel

1 Singles bekijken of toevoegen aan je collectie

Vanuytsel begon tijdens de middelbare school aan het Klein Seminarie te Hoogstraten te zingen en muziek componeren en perfectioneerde zijn vakmanschap tijdens zijn architectuurstudie aan Sint-Lucas te Brussel. Hij herschreef zijn voornaam als de artiestennaam "Zjef", geïnspireerd door de progressieve spelling. In 1970 debuteerde hij met het album "De Zotte Morgen", waarvan het gelijknamige openingsnummer, "Houten Kop", "Ik weet wel mijn lief" en "Hop Marlène" kleinkunstklassiekers werden. Van het album werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht.

Vanuytsels succes viel vooral te verklaren via zijn vakmanschap en talent voor melodie en arrangement, zijn romantische en poëtische luisterliedjes en de wijze waarop hij popinvloeden vermengde met traditionele kleinkunstelementen. De sfeer is weemoedig, met thema’s zoals het voorbijgaan der dingen, de twijfel, maar ook warmte, meevoelen en troost.
Hij was beïnvloed door Boudewijn de Groot. Zijn teksten zijn vaak uit het leven gegrepen en autobiografisch. Het lied "Stil in de Kempen" werd bijvoorbeeld naar aanleiding van de dood van zijn ouders geschreven. Vanuytsel bracht tijdens de jaren zeventig drie albums uit, met bekende nummers zoals "De massa", "Tussen Antwerpen en Rotterdam" en "Laat alleen mijn goede vrienden over".

In de jaren 80 kreeg hij het moeilijker om te overleven. "Tederheid" (1983) zou meer dan 20 jaar lang zijn laatste plaat blijven en hij richtte zich weer op de architectuur. Als architect ontwierp Vanuytsel de gemeentehuizen van Huldenberg en Bertem. Aan het Nero (strip)café in Hoeilaart, het cultureel centrum van Scherpenheuvel en de markten in Brussel droeg hij bij. Eind 2007 bracht Vanuytsel een album uit en begon hij doorheen 2008 weer door Vlaanderen te toeren, o.a. als centrale gast op Nekka-Nacht 2009. Hij gaf één concert in Goirle, Nederland.

bron: Wikipedia

1974